quarta-feira, 10 de outubro de 2007

Hoe aandacht de waarneming verandert

October 2007





SAMENVATTING

Niet alle informatie die onze ogen bereikt, dringt tot onze waarneming door. We selecteren relevante informatie door er aandacht aan te schenken. En dat is niet zo’n hoog cognitief proces als lang is aangenomen. Aandacht heeft al heel vroeg in het waarnemingsproces een belangrijke invloed, stelt Chris Paffen, onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt dit fenomeen en kreeg een Veni-vernieuwingsimpuls voor zijn plannen.


Volgens de klassieke visie wordt er voor de verwerking in de hersenen een onderverdeling gemaakt tussen automatische en hogere cognitieve processen, waarbij je de automatische processen niet kunt beïnvloeden en de hogere cognitieve processen wel. De laatste tijd komen er steeds meer aanwijzingen dat die visie niet klopt.


Een geoefend oog telt voor twee

Paffen houdt zich met het thema aandacht bezig. Aanvankelijk dachten onderzoekers dat dit een hoog cognitief proces was, maar inmiddels is duidelijk dat aandacht heel vroeg in de visuele verwerking een invloed kan hebben. Paffen deed onder meer onderzoek naar perceptueel leren, een specifieke vorm van leren, waarbij de waarneming door oefening verandert. ‘Zoals een radioloog na jaren van oefenen geleerd heeft subtiele eigenschappen van röntgenfoto’s te onderscheiden, eigenschappen die een leek niet kan zien. Zijn waarneming is echt veranderd.’ In zijn onderzoek naar perceptueel leren liet Paffen zien dat aandacht een belangrijke rol speelt bij perceptueel leren.
















Stel dat er binoculaire rivaliteit ontstaan wanneer je linkeroog alleen de groene lamp zou zien en je rechteroog alleen de rode. Wat voor kleur zou je dan zien?

Om te onderzoeken hoe aandacht de waarneming verandert, gebruikt hij binoculaire rivaliteit als gereedschap. Binoculaire rivaliteit is een fenomeen dat ontstaat als aan beide ogen elk een verschillend plaatje wordt aangeboden, zoals een plaatje met horizontale en een met verticale strepen. Je zou verwachten dat je bij deze proef een mix van beide plaatjes waarneemt, maar dat is niet het geval. Je ziet afwisselend het ene en het andere plaatje. In het dagelijks leven komt dit normaal gesproken niet voor.

Negeren kun je leren

De Nederlandse psycholinguïst Pim Levelt heeft het fenomeen bestudeerd en belangrijke inzichten verschaft. Tegenwoordig wordt binoculaire rivaliteit veel gebruikt als onderzoeksinstrument. Paffen gebruikt het zoals gezegd om de rol van aandacht bij visuele waarneming te onderzoeken. Hij maakt hierbij gebruik van simpele stimuli: in zijn experiment naar perceptueel leren toonde hij proefpersonen filmpjes die verschillende bewegingsrichtingen bevatten. Ze moesten enkele dagen een eenvoudige taak uitvoeren op een van die richtingen.

‘Als mensen zo’n taak een tijdje uitvoeren, dan worden ze beter in het waarnemen van de bewegingsrichting waarop ze de taak uitvoerden.’ Daarna deed hij de ‘rivaliteitsproef’. Hij bood de twee bewegingen apart aan de verschillende ogen aan en keek welk plaatje het langst werd waargenomen. Hij vond een verrassend negatief effect van het uitvoeren van de trainingstaak. ‘De beweging waar je niks mee gedaan had, zag je in de rivaliteitsproef minder lang. Dat is interessant, want het laat zien dat er ook iets gebeurt met hetgeen je negeert.’

Hij trekt dus twee conclusies: je kunt beter worden in waar je je aandacht op richt en je wordt slechter in wat je negeert. Hinderlijke informatie kun je dus actief leren onderdrukken.
















Ook last van stortvloeden aan infomatie?
Selectief negeren helpt



Terug naar de basis

Met zijn onderzoek heeft hij een instrument ontwikkeld om aandacht in de visuele waarneming te onderzoeken. Verder hoopt hij met zijn onderzoekswerk binoculaire rivaliteit beter te begrijpen én iets over aandacht te leren. Paffen: ‘Als ik laat zien dat rivaliteit beïnvloed wordt door aandacht en ik weet waar rivaliteit zich in belangrijke mate afspeelt in de hersenen, dan kan ik ook een punt maken dat aandacht op dat niveau van verwerking een rol speelt.’


Paffen doet fundamenteel onderzoek naar heel basale processen en houdt zich niet direct bezig met de toepassing ervan. Zijn werk heeft waarschijnlijk wel praktische implicaties, verwacht hij. Op den duur zullen we die in de literatuur wel terugvinden. ‘Er zijn bijvoorbeeld onderzoekers bezig met de aandacht op het niveau van persoonlijkheidsstoornissen. Zij onderzoeken of aandacht gestoord is of niet. Om dat goed te doen, moeten ze eerst de bouwstenen goed begrijpen.’







Source: http://www.kennislink.nl

Sem comentários: